Een verloren trouwring terugvinden met een metaaldetector lijkt een eenvoudig klusje. Tot er veel meer opduikt dat Arie liever kwijt is dan rijk.

'Goedemiddag, bent u van de metaaldetectie?'
'Ik ben van het kaartje bij de Albert Heijn.'
'Dat bedoel ik. Komt u verder, het is in de achtertuin.'
'U zei dat het om een trouwring gaat?'
'Van mijn man, ja. Arie, die man met de metaaldetector is er!'
'Hij hoeft er niet bij te zijn, hoor.'
'Waarom niet?'
'Misschien vindt hij het vervelend als ik in zijn tuin loop te zoeken naar iets wat hij zelf heeft kwijtgemaakt.'
'Vervelend? Arie vindt vooral mij vervelend.'
'O.'
'Ik vraag me weleens af of hij het überhaupt vervelend vindt dat hij zijn trouwring is kwijtgeraakt.'
'Is het gebeurd tijdens het tuinieren?'
'Dat zegt hij.'
'Waar ongeveer?'
'Daar bij die hortensia's. Hij zou daar onkruid hebben staan wieden.'
'Zou?'
'Arie is geen liefhebber van onkruid wieden. Hij wacht altijd tot het onkruid heel groot is en dan hoopt hij dat ik het als een plant beschouw.'
'Ik ga gewoon even zoeken.'
... ... ...
'Betekenen die piepjes dat u wat heeft gevonden?'
'Het is een signaal. Wacht even, hier ligt wat.'
'En?'
'Twee kroonkurken.'
'Bier?'
'Zo te zien wel.'
'Arie, kom nou eindelijk eens hier!'
'Wacht even, ik heb ik weer wat.'
'De ring?'
'Nee, iets groters.'
'Goud?'
'Nee. Een lepeltje. Wacht even, twee lepeltjes.'
'Dat is van mijn bestek! Hoe komt dat in de tuin?'
'Misschien buiten koffiegedronken?'
'Wij drinken nooit koffie en zeker niet buiten.'
'Wacht even, hier is weer wat. O, het is maar een oude poetsdoek.'
'Geef eens hier. Oude poetsdoek, zeg je? Van rood kant?'
'Mevrouw, hier onder deze terrastegel is ook iets.'
'Moet de tegel eruit?'
'Als u dat goed vindt.'
'Graag. Inmiddels wil ik alles weten wat er onder deze tuin ligt.'
'Alstublieft, hier is de ring.'
'Hij lijkt niet op Arie's trouwring.'
'Wacht even, er staat iets aan de binnenkant.'
'Mijn naam natuurlijk.'
'Yvonne.'
'Wat?'
'Er staat Yvonne. En een datum, veertien juni tweeduizendvijfentwintig.'
'Mijn naam is Rita en wij zijn in negentienzesentachtig getrouwd.'
'Ik denk dat het de ring is van een vorige bewoner.'
'Nee, ik denk dat het de ring is van die sloerie achter de bar bij de voetbalvereniging. Dank u wel voor het zoeken, ik zal even met u afrekenen.'
'Maar nu heb ik nog niet de trouwring van uw man gevonden?'
'Dat is niet meer nodig.'